Schilderij De Bewening

Het schilderij ‘De Bewening van Christus’ is toegeschreven aan Jan Cossiers (Antwerpen 1600-1671). Hij was een leerling van Cornelis de Vos. De Antwerpse barokschilder Peter Paul Rubens vroeg Cossiers vaak een handje te helpen met het vervaardigen van zijn grote werken.

Het museale schilderij in Geulle is 220 bij 317 centimeter groot en kent vanaf het jaar 1916 een bewogen verblijfsgeschiedenis. In dat jaar ging het schilderij, wegens verbouwing van deze kerk, in bruikleen naar het Limburgs Geschied en Oudheidkundig Genootschap in Maastricht. Waarschijnlijk na de Tweede Wereldoorlog verhuisde het doek van Maastricht naar het klooster in Wittem, waar het tot 1972 in de eetzaal hing. In de zomer van dat jaar keerde het bijzondere schilderij per tractor terug naar Geulle.

Compositie

De afbeelding is in compositie heel dynamisch en rijk aan details. Voor het oog gebeurt er veel. Belangrijk is te weten dat de vorm en het formaat van het schilderij zijn gewijzigd. Ooit bezat het een ronde bovenzijde en werd het met 39 centimeter verkleind. Het aanzicht van het kruis werd hiermee gewijzigd, het verkleinde de tekstrol en veranderde enigszins de compositie. Wanneer en waarom dit is gebeurd, is onduidelijk. Waarschijnlijk is het schilderij eertijds voor een ander doel gebruikt en vervolgens in een nieuwe lijst geplaatst.

Verticaal in het midden van  het doek vormt het kruis de centrale as van het schilderij. Op deze as heeft Cossiers Maria en haar gestorven zoon geplaatst. Het hoofd van Jezus staat compositorisch precies centraal op de verticale as, maar ook op de kruising van de beide diagonaallijnen van het doek. Dit geeft aan dat het schilderij in de breedte ongewijzigd is gebleven.

Personen

De acht afgebeelde personen zijn een verwijzing naar de renaissance. In deze voor de kunstgeschiedenis belangrijke periode, is het getal acht (octa/octagonaal) symbool voor het nieuwe begin.

Aan de linkerzijde van het kruis staan Nikodemus, Johannes en Maria Salomé. Rechts van het kruis staan Jozef van Arimathea, de wenende Maria Cleophas en de geknielde Maria Magdalena.

Via mondelinge overlevering wordt verteld dat de beeltenis van Maria Salomé, links beneden, een portret is van Ursula Schetz van Grobbendonck. Zij was de vrouw van graaf Wolter van Hoensbroeck-Geul en werd door haar onverwachte dood in 1622, de inspirator voor dit schilderij. De graaf liet in 1620 Huys Geul bouwen en in 1626 de kerk (ver)bouwen.

Bij gelegenheid van het 100-jarig bestaan van de huidige kerk in 2020 is het schilderij op initiatief van de Stichting Behoud Sint Martinuskerk Geulle volledig gerestaureerd door Restauratie Atelier Nuria Lommen.

Geïnspireerd op Bellini

Jan Cossiers baseerde de compositie van zijn schilderij overigens op een werk  van Giovianni Bellini, de Italiaanse renaissanceschilder die leefde van 1430 tot 1516.