Glas-in-loodramen

De vier ramen in deze kapel zijn gebrandschilderde ramen en uitgevoerd in glas-in-lood. In 1896 kreeg F. Nicolas & zonen te  Roermond, de opdracht om voor deze kerk ramen te maken. Verschillende Geulse families maakten deze opdracht financieel mogelijk. Elk raam bevat onderin de naam van de betreffende familie.

De ramen zijn in de toen geldende classicistische stijl vervaardigd en werden in 2020 door Atelier Joëlle d'Alsace volledig gerestaureerd.

Heiligen die in de streek of door dagelijks gebruik bekendheid genoten werden als  beeldhouwwerk of op glas vereeuwigd in de kerk. Ook zijn hier op deze vier ramen, het devote (heilig-hart-verering) en het aardse (jacht, verzorging) in goede harmonie vereeuwigd.

De ramen van links naar rechts:

Sint Hubertus van Luik

Hubertus was als paltsgraaf een verwoed jager. (Een palts is een koninklijke residentie). Door de ontmoeting, op Goede Vrijdag, van een hert met een flonkerend kruis in het gewei, veranderde zijn levensinstelling. Hij werd eerst bisschop van Maastricht en Tongeren en later van Luik. Hubertus wordt aangeroepen bij hondsdolheid, bezetenheid en watervrees. Hij is schutspatroon voor jagers, boswachters, houtbewerkers, hondenliefhebbers, metaal-arbeiders, schutters en opticiens.

Sint Margaretha Maria Alacoque 

Op acht jarige leeftijd, na de dood van haar vader, trad de kleine Margaretha toe in het klooster, waar ze later mystieke verschijningen kreeg. Mede door haar visioenen verspreidde zich de verering van het Heilig Hart. Margaretha is op dit raam afgebeeld knielend voor Jezus, die zijn Heilig Hart toont.

Het Heilig Hart van Maria

De devotie voor het Hart van Maria gaat terug tot de middeleeuwen en is afgeleid van de devotie van het Heilig Hart van Jezus.  De Mariaverering kwam in de 19e eeuw tot bloei na de Mariaverschijning aan Catharina de Labouré (1830). Het is daarom niet verwonderlijk om Maria op een raam in deze kapel te zien.

Normaal is het brandend hart omkranst met een doornkroon en doorstoken met een zwaard. Dit laatste symbool is waarschijnlijk door de glasschilder uit Roermond over het hoofd gezien.

Sint Rochus van Montpellier

Rochus schonk zijn aardse bezittingen aan de armen en werd pelgrim. Op dit raam is hij afgebeeld in pelgrimskleding met staf, hoed met Sint Jacobsschelp en een reistas. Rochus verzorgde de wonden van de pestlijders en liep hierdoor zelf de ziekte op. Meestal wijst Rochus naar een pestwond op zijn been, maar in Geulle hebben we te maken met een kuise Rochus. Naast hem staat een kwispelende hond. Iedere dag kwam de viervoeter een stuk brood naar Rochus brengen.

Rochus stierf in 1327 te Montpellier in de gevangenis. Hij werd de patroonheilige voor de gevangenen, apothekers, artsen, chirurgen, meubelmakers, doodgravers en verpleeg,- en ziekenhuizen.